In de media wordt al enige tijd gesproken over de ‘flirt’ die Dronten met Zwolle aan het maken zou zijn. Deze week ook weer krijgt de griffier van de gemeente Almere, Drontenaar Jan Dirk Pruim, bijna een hele pagina ruimte in de FlevoPost om leeg te lopen over deze, in zijn ogen, onwenselijke ‘flirt’. Het verbaast mij in hoge mate hoe lang de Flevolandse tenen steeds weer blijken te zijn als het om Dronten gaat.

Pruim werpt de vraag op wat Dronten wil zijn: ‘de groene kant van de Randstad of de appendix van het oosten’. Waarmee aan ‘appendix van het oosten’ een negatieve lading wordt gegeven. De vraag is echter gerechtvaardigd of Dronten en de inwoners van de gemeente willen behoren tot de Randstad, zelfs als het de ‘groene rand’ zou zijn. Ik weet vrij zeker dat onze inwoners zich geen Randstedelingen (willen) voelen. In plaats van de ‘verwaarloosde achtertuin van Almere’ kan Dronten zich ook willen profileren als ‘de Poort van Overijssel voor de Noordelijke Randstad’.

Toch is het allemaal stemmingmakerij vanuit de emotionele onderbuik. Als je kijkt naar de argumenten die Pruim opsomt heeft dat niets te maken met een ‘flirt’ naar Zwolle. Dat het hier beter wonen is dan in de Randstad is geen bijzondere constatering. Dat blijft ook zo als we samenwerken met Zwolle. Want als Dronten zou samenwerken gaan we geen hekken zetten langs de gemeentegrens van Lelystad!

Flevoland als bestuurlijk experiment

Als tweede argument stelt Pruim dat we veertig jaar niets aan Kampen en Zwolle hebben gehad. Dat moet je maar zo durven stellen als je bijvoorbeeld kijkt naar de gedeelde middelbare scholen of het sociaal werkbedrijf IMpact, dat we hebben samen met Kampen. Maar het suggereert ook dat we, in de afgelopen veertig jaar, wél iets zouden hebben gehad aan Almere of Lelystad. Over de afgelopen 12 jaar was ikzelf betrokken bij het gemeentebestuur van Dronten en vanuit die ervaring kan ik géén voorbeelden noemen dat we nou echt iets hebben aan de Flevolandse gemeenten. Natuurlijk, op onderdelen werken we samen. Zoals we dat ook doen met Kampen.

De hele kramp in de negatieve benadering van de ‘flirt’ gaat uiteindelijk om macht en kleine deelbelangetjes. Flevoland is als provinciale bestuurslaag een mislukt bestuurlijk experiment. In 1985 was het de bedoeling dat Flevoland een ‘provincie light’ zou worden; met een kleine organisatie en een licht bestuur. Omdat een provincie voor slechts 6 gemeenten (zeker toen) geen vanzelfsprekendheid is. Dat heeft meteen gezorgd voor een gigantisch minderwaardigheidscomplex. Al in het toen der tijd opgestelde provinciale volkslied werd het nog maar eens extra benadrukt: “Een provincie die er wezen mag”.

Dat is dezelfde reflex nu Dronten over de dijk heen durft te kijken naar het oosten. Dhr. Pruim is griffier van Almere, naar inwoners gemeten de grootste gemeente van onze provincie. Daarmee hebben ze de grootste broek aan, regelen ze zelf hun zaakjes rechtstreeks in Den Haag, hebben ze de provincie in de zak en nauwelijks interesse wat er verder in de provincie gebeurd. Ze hebben die plattelandsgemeenten verder toch niet nodig. Daarbij werken ze wel zeer intensief samen met Amsterdam en wachten ze rustig tot Lelystad braaf achter hen aan hobbelt.

Ook de provincie ziet zich bedreigd in haar voortbestaan als Dronten zo nadrukkelijk de blik richting het Oosten richt. Binnen het debat over de Superprovincie van minister Plasterk koos Dronten daarin ook een eigen positie buiten de Randstad, door aansluiting te zoeken bij Overijssel.

Meten met twee maten

Bijzonder is dat er binnen dit debat ook sterk met twee maten wordt gemeten. Want Zeewolde heeft al een sterke band met Harderwijk. Ambtelijk wordt daar stevig mee samengewerkt en zelfs voor de arbeidsmarktregio geldt dat Zeewolde behoort tot de Stedendriehoek en Noordwest Veluwe van Zutphen, Apeldoorn en Deventer! Maar toen Dronten richting Zwolle ging kijken was er paniek.

Want als de eerste kaart wordt weg gehaald zou het kaartenhuis van de provincie Flevoland wel eens kunnen instorten, zo lijkt wel de vrees. Almere is daar kennelijk bang voor, omdat herindeling bij Noord-Holland maakt dat ze niet langer meer de grootste zijn en zich moeten voegen naar Amsterdam. Provinciale bestuurders zien hun eigen baantjes in gevaar komen en ook de regionale omroep vreest logischer wijze voor het voortbestaan bij een einde van de provincie.

‘Het Drontense belang ligt echt in Flevoland, als uiterwaarde van de Randstad’ stelt dhr. Pruim. Ik geloof niet dat we graag de ‘uiterwaarde’ van de Randstad zouden moeten willen zijn. Het kenmerk van uiterwaarden is dat er niets van waarde te vinden is omdat ze bij problemen onderwater mogen lopen. De Randstad lost haar eigen problemen maar op.

Wat mij betreft is Dronten een zelfbewuste gemeente die niet aan het flirten is, maar om zich heen kijkt met wie we wanneer kunnen samenwerken. We zijn niet –zoals bij een flirt- op zoek naar een nieuwe relatie, spannend avontuurtje of een huwelijk. Maar kijken om ons heen met wie we in voorkomende gevallen het beste kunnen samenwerken. We zijn niet verliefd als Dronten. Niet op Zwolle; maar ook niet op Flevoland.