Soms vind ik politiek moeilijk uit te leggen. Want wethouder Vis bungelt politiek de rest van de zomer, al zal de gemiddelde inwoner daar geen weet van hebben. Mede ook omdat de media er niet over schrijven.

Ik begrijp dat heel goed van de media; want het onderwerp is te suf om over te vallen en toch heeft de wethouder het voor elkaar gekregen dat ik hem eigenlijk helemaal beu ben. Inhoudelijk gaat het om een tamelijk technische uitwerking van de Wet Markt en Overheid die in juli 2014 in werking is getreden. Deze wet regelt hoe gemeenten zich moeten gedragen op het moment dat ze activiteiten hebben die concurrerend zijn met bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan het hebben en exploiteren van een zwembad. Het doel van de wet is om voor bedrijven en overheden dezelfde regels te laten gelden zodat er een eerlijk speelveld voor bedrijven gewaarborgd blijft.

Soms kan het zo zijn dat een activiteit in concurrentie staat, maar een algemeen belang dient dat een bijzondere positie rechtvaardigt. Bijvoorbeeld (opnieuw) een zwembad: Het kan zijn dat de gemeente vindt dat alle kinderen zwemles moeten kunnen krijgen en om die reden niet alle kosten worden doorberekend. Daardoor kan de zwemles goedkoper worden aangeboden dan in een commercieel zwembad. Als de gemeente besluit dat te willen doen moet het zwembad op een lijst worden geplaatst van economische activiteiten van algemeen belang. De gemeenteraad stelt deze lijst (op voorstel van het college) vast.

De lijst waarmee het college kwam in maart bevatte drie onderdelen: de parkeergarage in Dronten-Centrum, parkmanagement op Poort van Dronten en anti-kraak verhuur of het in gebruik geven  van gemeentelijke gebouwen. Het lastige is dat gemeenten hier heel verschillend mee omgaan. Er zijn gemeenten die geen enkele activiteit van algemeen belang aanwijzen, maar er zijn ook gemeenten die een waslijst van activiteiten hebben.

Vragen waarom onderwerpen niet op de lijst staan kon en kan wethouder Vis inhoudelijk niet toelichten.Dat gebeurde na vragen in de commissievergadering en in de gemeenteraadsvergadering van maart. Daarna ging het onderwerp van de agenda en zou het in mei terug in de commissie komen. Maar het college haalde het in mei voor aanvang van de agenda. Vorige week mochten we het dan eindelijk weer over het voorstel hebben. Inmiddels er was een extra, door hem zelf gecreëerd, probleem voor de wethouder bij gekomen. In al zijn wijsheid had hij besloten om een inspraakprocedure op te starten die eindigde op de avond van de commissievergadering. Daarmee was het dus voor de commissie niet mogelijk om de opmerkingen van inwoners en ondernemers te kunnen meewegen in de besluitvorming.

Maar ook inhoudelijk kon de wethouder weer niet uitleggen waarom zaken nu wel of niet op de lijst stonden. Als heel klein voorbeeld vroeg ik naar het gratis verstrekken van strooizout in de winter. Het antwoord van de wethouder was dat we dit maar in een bepaalde periode van het  jaar doen en dus geen concurrentie zijn. Maar ik acht de kans ook niet erg groot dat we nu, half juni, bij de Gamma of de Formido in het dorp wél strooizout zouden kunnen kopen. Opnieuw een antwoord van niets natuurlijk.

De wethouder werd voorlopig ‘gered’ omdat het onderwerp op voorstel van alle (!) fracties in de gemeenteraad alweer van de agenda werd gehaald zodat er in september opnieuw (voor de derde keer) in de commissie over gesproken kan worden. Daarmee is het probleem van de wethouder even over de zomer heen geschoven. Maar het vertrouwen dat hij dan met een beter voorstel komt of wel met overtuiging en gezag de vragen kan wegnemen; ben ik eigenlijk wel een beetje kwijt.

Wethouder Vis bungelt dus nog de hele zomer. Mij lijkt dat een onaangenaam gevoel en als ik hem zou zijn zou ik mezelf de komende maanden eens heel stevig beraden of ik de goede man voor deze plek zou zijn. Ik wens hem daar, in alle oprechtheid, veel wijsheid bij toe!