Minister Van Nieuwenhuizen, van Infrastructuur en Waterstaat, heeft donderdag aangegeven dat de indeling van het luchtruim alleen gebeurt op voorwaarde dat er na de herindeling geen laagvliegroutes meer zullen zijn vanaf Luchthaven Lelystad.

Opheffing van de lage routes is volgens de minister een randvoorwaarde voor de herindeling. Van Nieuwenhuizen: „Anders gaan we het natuurlijk niet doen” schrijft NRC.

Geen garanties

Een dag eerder was Michiel van Dorst, topman van Luchtverkeersleiding Nederland, in een interview in NRC helder. Op de vraag of er na de herindeling van het luchtruim in 2023 geen laagvliegroutes meer zijn is zijn antwoord klip en klaar.

Anders gaan we het natuurlijk niet doen – Minister van Nieuwenhuizen

„Nee, die toezegging doe ik niet want de complexiteit is te groot. Dit grijpt allemaal op elkaar in. Er zijn zo veel betrokkenen en beperkingen. We zijn in gesprek met België en Duitsland, maar we hebben nog geen overeenstemming. Als wij iets omgooien heeft dat daar grote gevolgen.”

Tijdelijke situatie

Voorstanders van de opening per 1 april volgend jaar verkopen de laagvliegroutes nu als ‘tijdelijke overlast’. Dat na 2023 de situatie veel beter wordt dus dat deze ongunstige routes heel acceptabel zijn omdat het ‘slechts’ om een tijdelijke situatie gaat.

Deze redenering gaat alleen niet langer op als de minister zegt dat er geen herindeling van het luchtruim komt op het moment dat de laagvliegroutes niet worden opgelost. Die garantie is niet te geven volgens de baas van de Luchtverkeersleiding. Daarmee is het onmogelijk om te voldoen aan de voorwaarde van de minister dat de laagvliegroutes moeten verdwijnen. Tot die tijd kan de luchthaven niet open omdat het beloofde eindbeeld niet valt te garanderen.