De vaste lezers van mijn blog weten dat ik over de jaren heen veel en vaak over België heb geschreven, zeker als er weer eens hooglopend gedoe was bij onze Zuiderburen over de ‘communautaire problematiek’. Pater Moeskroen zong in de jaren ’90 van de vorige eeuw al dat ‘recht geaarde Brabo’s’ eigenlijk ‘reserve-Belgen’ zijn. Als in Limburg-geboren-in-Zeeland-opgegroeide-mijn-middelbare-schooltijd-in-Brabant-doorgebrachte ‘Zuiderling’ noem ik mijzelf met enig gevoel voor ironie regelmatig reserve Belg. Hetgeen nog eens bevestigd wordt doordat ik ook lid ben van Groen. De Vlaamse zusterpartij van GroenLinks.

Ik vind het daarom moeilijk de gebeurtenissen van de afgelopen dagen in Brussel te plaatsen of te becommentariëren. De weerzinwekkende zinloosheid van zo’n aanslag is niet groter als deze plaats vindt in België of dat het plaats vindt in Turkije, Libanon of Rusland. Maar omdat ik mezelf hiermee kan identificeren komt het harder binnen. In mijn leven kan ik het aantal retourvluchten dat ik gemaakt heb vermoedelijk op één hand tellen, maar de eerste vertrok vanaf Zaventem.

Deze week wordt in Katholieke kringen ook wel ‘de Lijdensweek’ genoemd en op de Vlaamse televisie zag ik een reportage waaronder het hartverscheurende ‘Erbrame dich‘ uit de Matthäus-Passion was gemonteerd. De weerzin van die beelden met de prachtige muziek maken me woordeloos.

Welke woorden bieden er eigenlijk nog troost of leggen uit wat niet uit te leggen valt? Natuurlijk, noodzakelijke woorden van verzet zoals Jesse Klaver op de avond van de aanslagen al stuurde naar alle GroenLinksers: “Maar wat de barbaren van IS moeten weten, is dat hoeveel pijn zij ons ook doen, hoeveel aanslagen zij ook plegen, hun duivelse missie is gedoemd te mislukken. Onze vastberadenheid is krachtiger dan onze angst. Onze verbondenheid overwint de verdeeldheid die zij zaaien. Onze liefde is sterker dan hun haat. Ze krijgen ons niet klein.”

Of de 28-jarige Rotterdamse imam Azzedine Karrat, die meteen oproept tot samenhorigheid en verbroedering. Om juist nu de rijen te sluiten in plaats van tegenover elkaar te gaan staan, omdat verdeeldheid precies is wat de terroristen willen.

Of de analyse van Rob Wijnberg op De Correspondent dat er misschien een soort van vermoeidheid toeslaat omdat “mensen dondersgoed begrijpen dat aanslagen die ingeluid worden met ‘Allahu Akbar’ en opgeëist worden door groeperingen met namen als Islamitische Staat onmiskenbaar met de islam te maken hebben. Die dat ook nooit hebben ontkend. En die doodmoe worden als ze dat verweten wordt.

Dat zijn mensen die tegelijkertijd weten dat een religie die door anderhalf miljard mensen wordt beleden en uit een miljoenmiljard verschillende denominaties bestaat niet de enige of zelfs maar de belangrijkste oorzaak van terrorisme kan zijn. Die dus weigeren in iedere moslim een potentiële aanslagpleger te zien. En die er doodmoe van worden dat de hele tijd te moeten zeggen.”

Hoewel het vandaag Witte Donderdag is voelt het al sinds de aanslagen van dinsdag als een heel lange, woordeloze, Stille Zaterdag. Want ik heb er geen woorden voor.