‘Krijgen we volgend jaar een minister van Voedsel?’ vraagt de NOS zich vanmorgen af nadat PvdA, CDA en ChristenUnie hebben aangegeven dat ‘beleid over voedsel volgens de partijen te veel is versnipperd over verschillende ministeries en moet samenkomen in een op te richten ministerie van Voedsel’ zo weet de NOS.

GroenLinks is bij monde van Kamerlid Rik Grashoff tegen omdat ‘het beleid moet veranderen, niet de naam van het ministerie’. Dat het beleid moet veranderen ben ik direct eens met Rik, maar ik zou wel degelijk een pleidooi willen houden binnen de partij om opnieuw te willen kijken naar een ministerie van Landbouw; samen met Natuur en Platteland.

Het bodemgebruik in Nederland 2012. Bron: CBS

Van de totale oppervlakte van Nederland valt 68% aan te duiden als ‘groene ruimte’. Verreweg het grootste deel daarvan is agrarisch gebied (54%). Ons land bestaat verder voor 19% uit water en voor ‘slechts’ 13% uit bebouwd gebied. Bron: CBS, 2016

Stedelijke focus

De focus van GroenLinks ligt op de stad. “De toekomst van Nederland begint in de stad. In de energieke drukte van zoveel mensen, kleine bedrijven en grote ondernemingen ontstaan voortdurend creatieve oplossingen. […]GroenLinks gelooft in de kracht van de stad. In moderne steden ontstaan nieuwe banen. […] Wie aan de toekomst wil bouwen, moet dus in de stad aan de slag. En GroenLinks heeft grote ideeën voor de toekomst. […] Ideeën over hoe we aan het werk kunnen blijven en economische tegenslag overwinnen” valt te lezen in een pamflet van de Tweede Kamerfractie uit maart 2010.

Daarmee ligt de aandacht van GroenLinks vooral op die 13% van Nederland waarin de meeste mensen wonen. Ik zou een pleidooi willen houden voor meer GroenLinkse aandacht voor de overige 68% van ons land. Want hoe belangrijk de stad ook is voor onze economie, welzijn en volkshuisvesting: de stad kán niet zónder het platteland!

Daarom zou ik willen pleiten voor een nieuw ministerie van Landbouw, Natuur en Platteland. Een ministerie dat waakt over de voedselveiligheid (dat is landbouw), maar ook zorg draagt voor het Rijksnatuurbeleid, bewaking van de landschappelijke kwaliteiten, versteviging van de plattelandseconomie en coördinerend is voor de planologische inpassing van de klimaatmaatregelen die we moeten nemen op het gebied van waterberging en duurzame energieopwekking.

Naar mijn opvatting, een GroenLinks-ministerie puur sang! Omdat juist de waarden die wij op het gebied van natuur en milieu, landbouw, energieopwekking en ruimtelijke ordening, belangrijk vinden daarin een plaats kunnen krijgen. Voor mij zijn landbouw en voedsel in beginsel zozeer met elkaar verknoopt dat je met ‘landbouw’ meteen die hele lading dekt.

Eens met LTO

GroenLinks zou, wat mij betreft, meer moeten gaan staan voor de boeren en het platteland. Want de verschillen lijken wellicht erg groot, maar zijn die volgens mij steeds minder. Recent was ik bij een voordracht van de voorzitter van ZLTO, Hans Huijbers, voor het Agrofood Cluster van de Regio Zwolle waarin hij zijn visie en die van de ZLTO schetste. Tot mijn eigen verrassing was ik het vrijwel geheel met hem eens. De Land- en Tuinbouworganisatie heeft de laatste jaren een enorme ommezwaai gemaakt in het denken en in het kijken naar zichzelf. Ik hoorde Hans Huijbers letterlijk zeggen dat we het niet langer over ‘duurzaamheid’ moeten hebben maar, zoals de Zuid-Afrikanen, over ‘volhoudbaarheid’. Een economische, ecologische en sociale volhoudbaarheid. Het is en pleidooi dat ikzelf al jaren voorsta!

De reactie van Rik dat het beleid moet veranderen klopt, maar dat kan dus ook door met een nieuwe naam (en taken) de focus te verleggen zodat er nieuw en beter beleid kan/moet worden gemaakt. Het plattelands-ministerie kan daarvoor een goed vehikel zijn. Want de stad kan niet zonder het platte land (voor voedsel, energieopwekking, ontspanning en recreatie) zoals het platteland niet kan zonder de stad (als afzetmarkt, economische motor voor de nationale economie en voorzieningen die er op het platteland niet zijn).