Dat de VVD kritisch is op de wijze waarop gemeenschapsgeld wordt besteed is iets waar ik eigenlijk best tevreden mee ben. Een kritische houding waar het gaat om een duale opstelling in de coalitie is ook al toe te juichen. En toch geloof ik helemaal niets van de goede intenties die de VVD in de afgelopen raadsvergaderingen ten toon spreidde.

VVD-raadslid Anke d’ Hooghe-Molenkamp was buitengewoon kritisch bij het voorstel van het college om € 125.000 euro extra beschikbaar te stellen voor het windmolenbeleid. Immers, het gaat om gemeenschapsgeld en dan moet je daar niet lichtzinnig mee omgaan, zo was de redenering van D’ Hooghe. Ook op dat punt moet ik haar gewoon ruimhartig gelijk geven. Wat alles alleen zo betreurenswaardig en ongeloofwaardig maakt is dat ze alleen zo kritisch is als het gaat om de, door haar gehate, windmolens. Want toen twee agendapunten verder € 150.000 euro vrij moest worden gemaakt voor werkgroepen die de economische visie nader moeten gaan uitwerken; was dat voor de VVD geen enkel probleem. Ondanks dat de opdrachten die deze werkgroepen meekregen zo zacht als boter waren en eigenlijk niet achteraf vallen te toetsen, was dit van groot belang voor de VVD en moest dit gemeenschapsgeld zonder meer snel beschikbaar komen.

En dat is vreemd. Want óf je bent kritisch over de doelen waaraan gemeenschapsgeld wordt gespendeerd, óf je bent dat niet. Of je hebt natuurlijk last van persoonlijke voorkeuren en hobby’s zoals in het geval van mevrouw ‘D Hooghe. Die speelt nou eenmaal graag Don Quichot als het op windmolens aankomt. Want zelfs Liberale vrijheden als waarin ondernemers hun geld steken werden onderwerp van haar kritiek in vragen vanuit de raad. ‘Ondernemers moeten maar eens goed nadenken of ze daarin hun geld wel moeten steken’ zo was haar advies.

Sja… en zo verwordt een toe te juichen kritische houding als het gaat om het besteden van gemeenschapsgeld ineens meer iets van een persoonlijke hekel aan lelijke windmolens. Dat vind ik politiek nogal armoedig.