In de laatste drie decennia van de vorige eeuw hoorde je nog wel eens de term ‘onbespoten’ voorbij komen als het ging om wat we nu de biologische landbouw noemen. Die term is gelukkig alweer lange tijd verdwenen omdat het ook niet klopt ten slotte! Ook de biologische gewassen worden bespoten. Zij het met middelen die in de natuur te vinden, en daarmee, ‘biologisch’ zijn. De biologische landbouw onderscheidt zich, grof gezegd, van de gangbare landbouw doordat het gebruik van chemisch synthetische bestrijdingsmiddelen en kunstmest is verboden. Maar daar valt wel iets op af te dingen.

Natuurlijke bestrijdingsmiddelen

In de strijd tegen de aardappelziekte phytophthora is het bijvoorbeeld effectief om te spuiten met koperoxychloride (kortweg ‘koper) om de schimmelziekte te bestrijden. Dat is een middel dat ‘in de natuur voorkomt’ en daarom is toegelaten. Sinds 2000 overigens alleen nog als middel voor bladbemesting in het geval van een kopertekort en enkel in zeer lage doseringen. Koper is namelijk een zwaar metaal dat schadelijk is voor het bodemleven, de gezondheid, het waterleven en zeer schadelijk effect op de groei van planten (fytotoxiteit).

Ook tegen insecten worden bestrijdingsmiddelen ingezet op natuurlijke basis, zoals bijvoorbeeld pyrethrum. Bij het grote publiek beter bekend onder de merknaam Sprutzit. Een gif dat de insecten die ermee in aanraking komen snel doet sterven en weer makkelijk en snel uit het milieu verdwijnt. Het nadeel van pyrethrum is echter dat het een ‘breed werkend’ niet selectief gif is. Dus het doodt niet alleen de plaag zoals luizen, maar ook de natuurlijke bestrijders zoals oorwormen of lieveheersbeestjes.

Biologisch gedachtegoed

Als je kijkt naar het ideaal van de biologische landbouw dan is dat kort samengevat: ‘Een gezond product telen tegen zo min mogelijk negatieve effecten op milieu en bodem. Daarbij zoveel mogelijk geholpen door grondstoffen vanuit de natuur en het natuurlijk evenwicht’. Vanuit die gedachte is het spuiten van natuurlijke middelen een logische. Immers je gebruikt stoffen die van nature al in het milieu en de natuur voorkomen.

Maar het nadeel van die stoffen is dat ze vaak nogal ‘onbehouwen‘ zijn. Zoals pyrethrum, dat als gif effectief is, maar dan ook meteen alles doodt.
Vanuit de gedachte van de biologische landbouw, dat je gebruik zou willen maken van het natuurlijk evenwicht, zou je willen dat je giffen hebt die ‘smal werkend’, en dus selectief, alleen je plaag aanpakken. Dat heeft als voordeel dat je de luizen, op het moment dat die een plaag in je gewas beginnen te vormen, op achterstand kunt zetten door de eerste generatie te bespuiten. In de tussentijd zullen de natuurlijke vijanden van de luis (zoals de oorworm of lieveheersbeestje) sterker worden en latere generaties in toom kunnen houden.

Dogma van natuurlijk gif

De biologische landbouw sluit het gebruik van chemische middelen uit. Dat is vanuit de historie een begrijpelijke stap en ook het onderscheidend verschil met de ‘gangbare landbouw’. Tegelijk moet je ook vast stellen dat de gangbare en de biologische landbouw steeds meer naar elkaar aan het toegroeien zijn. Het middelengebruik in de gangbare landbouw neemt steeds verder af en tal van oplossingen, voor onder andere onkruidbestrijding, die voortkomen uit de biologische landbouw zijn inmiddels gemeengoed geworden. Steeds meer kun je spreken over een ‘duurzame landbouw’ die het ideaal van de biologische landbouw aan het nastreven is. Ook gangbare boeren telen een goed product tegen een zo minimaal mogelijke impact op de omgeving.

Mij lijkt het zinnig dat in de biologische landbouw het debat gevoerd zou worden over het dogma van het natuurlijk gif. Zouden er geen slimmere oplossingen zijn die, vanuit het ideaal van de biologische landbouw bezien, beter passen in de actuele landbouwpraktijk?


Kanttekeningen

Natuurlijk heb ik hierboven géén pleidooi gehouden voor het afschaffen van de biologische landbouw. Dat gaat immers om meer dan het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen alleen. Daarbij is de grootschalige monocultuur, en de daaruit voortvloeiende negatieve effecten op de biodiversiteit, van de (gangbare) landbouw een ander enorm probleem dat moet worden aangepakt. Ook heb ik de veehouderij en alle problemen die daarachter weg komen in het geheel buiten beschouwing willen laten. Maar ik zou een pleidooi willen houden om vanuit het gedachtegoed van de biologische landbouw eens over de grenzen heen te kijken.

Dit alles in de vaste overtuiging dat op een termijn van pakweg tien tot twintig jaar de ‘EKO-landbouw‘ en de gangbare landbouw geen noemenswaardige verschillen meer zullen kennen. Daarbij zal er naar mijn opvatting wél een niche overblijven voor de ‘biologisch-dynamische Demeter-landbouw‘ die in haar wijze van landbouw verder gaat en bereid is naar andere zaken te kijken ‘die liggen tussen hemel en aarde’.